Een paar dagen nadat ik terugkom uit Schotland vraagt Koen me: 'Leven zonder geld, wat is je conclusie tot nu toe?' Ik vind het een leuke vraag. Ik heb 'em mezelf nog niet gesteld. Ik hoor mezelf zeggen dat 'ik voel dat het nog niet klaar is. Tegelijkertijd kijk ik nu al met enthousiasme uit naar het moment waarop ik geld weer door mijn handen laat gaan. Ik heb zin om m'n boek te crowdfunden en om mijn Centre of the Earth droom te financieren.'

'Ja, mooi, want geld is op zichzelf niet slecht', zegt Koen.
—'Zolang geld verbonden is met rente en inflatie is dat niet helemaal waar. Geld zoals het nu werkt is nooit helemaal neutraal. Maar dat betekent niet dat we er geen mooie en goeie dingen mee kunnen doen.'

Jonna vraagt: 'Wanneer is het voor jou wel klaar? Over hoe lang?'
—'Als ik voel dat het klaar is. Ik weet nog niet wanneer dat zal zijn.'

Al pratende komen twee thema's naar boven die me hebben geraakt en waar ik verder mee wil spelen. Na ons gesprek krijg ik het idee om een 'tussenstand' op te maken: Vier maanden zonder geld—een eerste conclusie.

Vier maanden worden vijf worden zes. Terug in Nederland—misschien juist in Nederland—ervaar ik meer onzekerheid dan op reis. Ik ben in een vertrouwde omgeving met mensen die me dierbaar zijn. Ik ben gevoeliger voor 'wat anderen misschien wel niet van me denken' dan in Schotland. Mijn hoofd is drukker met 'heb ik straks nog wel een slaapplek?' en 'kan ik morgen nog wel eten?' Ik ontmoet opnieuw de moeder der negatieve zelfovertuigingen: 'Ik mag er niet zijn'.


Mag ik er zijn? Alle onzekerheid, angst en weerstand die ik tegenkom kan ik ophangen aan deze simpele vraag. En terwijl ik deze woorden schrijf voel ik dankbaarheid. Leven zonder geld confronteert, spiegelt en bevrijdt me. Ik ontdek meer vertrouwen, meer rust en meer creativiteit. Ik ben minder bezig met mag ik er zijn en meer met zijn. Voor zover zijn een bezigheid is...

Zo kort en abstract kan ik het houden. Maar ik vind geconfronteerd, gespiegeld en geleefd veel leuker. Dus met plezier nodig ik je uit voor een eerste aflevering van Zes maanden vrij zonder geld.


Varen of staren
Het eerste thema dat opkomt tijdens mijn gesprek met Koen en Jonna.

Op dertien maart loop ik in Schotland naar de kant van de weg. Ik heb geen concrete bestemming, alleen een windrichting en een beeld van waar ik graag heen wil. Vijf weken later ben ik bij Tangleha en helpen drie hele jonge filmmakers mij om te vertellen waar de reis me heeft gebracht.

Wat het filmpje niet laat zien breng ik in een blogpost onder woorden:

For the first time in my life I don't even have the illusion of knowing where I'm going. I don't know where I will be dropped off, where I will sleep or when I will eat my next meal. It humbles me. I am completely dependent on the generosity of strangers for my well-being. 
The thought gives me a clingy, needy feeling. I see the scenarios in my head, pictures of me begging people to take me in and have pity on my dear soul.
Then I realize I'm creating drama. I know this. This needy, subversive, 'am I allowed to exist?' feeling. I crawl out from under it. I breathe, I feel free. I ask myself 'What's the worst thing that could happen?' I can't think of anything but spending the night outside, hungry and cold. And then: 'Well, that will be an experience.'
As the day goes on my mind keeps trying to grab hold of something in the future, a next moment that will be better than this one. But there's nothing to grab hold of. It keeps on trying and every time I feel myself pulled back into this moment. There is no better later. All I have is where I am now.
Today I am dependent on the generosity of strangers for a bed, company and for food, but not for my well-being. I am free to ask for a roof and food without needing a yes. I feel trust and I relax.
And I panic and I look for signs of security and I feel crap and I am bliss and everything in between.
Traveling like this invites me to embrace this moment completely. But this no-destination-day is just the one day. I'm probably only scratching a surface. And that makes me hungry for more. What will I go through when for days or even weeks I (hitch-)hike with no destination?
Asking the question probably means I'm going to find out.

Een tijdje leef ik met het idee om op deze manier naar Portugal te liften. Wél een bestemming maar geen idee van de weg. Het experiment wordt me bespaard. Begin juli ga ik een paar dagen met mijn vader naar Cees en Saskia in Frankrijk. Vanuit daar lift ik in één dag naar Amaia in San Sebastián. Vijf dagen later lift ik in acht uur naar mijn bestemming in Portugal: de Quinta das Moitas boerderij van Millo.

Misschien komt het er nog een keer van, maar voor deze reis voelde het goed om van bestemming naar bestemming te gaan. Ik wist waar ik heen wilde en waar ik onderweg wilde stoppen. Drie dagen na aankomst in Portugal besef ik me: die ene dag in Schotland helpt me nog steeds. Op reis én in het 'gewone' leven.


Lange tijd had ik een continue planningsdrang. Of beter gezegd: ik wilde dat dingen volgens plan verliepen. Of nog beter gezegd: ik was bang dat dingen zonder plan niet volgens plan zouden verlopen. Nu weet ik dat intentie en vertrouwen veel krachtiger zijn dan welk plan dan ook.

Met een intentie kan ik in het moment voelen waar ik ja tegen wil zeggen. Met een plan fixeer ik me op hoe het moet gaan. Met een intentie sta ik open voor wat de weg me brengt. Met een plan staar ik me blind op het doel. Met een intentie geniet ik van de reis. Met een plan ben ik vooral bezig met de aankomst.

Ik wil niet zeggen dat plannen verkeerd is. Ik plan nog steeds. Toen ik met mijn vader naar vrienden in Frankrijk wilde kwam er een plan: hoeveel dagen, wanneer, hoe reizen we heen, hoe reist mijn vader terug... Toen ik ging liften zonder bestemming bestond mijn plan uit een windrichting, een beeld en benieuwdheid.

Maar een plan geeft me niet meer de zekerheid waar ik altijd naar op zoek was. In het meest ideale geval getuigt een plan van afstemming met mezelf en met anderen. Een plan geeft een richtlijn, geen rechten of plichten. Een plan is een intentie. Daarna is het spelen met wat we tegenkomen, blijven afstemmen en doen wat de weg vraagt.


Ik hoef niet te wachten om nog een keer te liften zonder bestemming. Bij terugkomst uit Schotland wacht neef Wouter me op. Hij heeft me heel liefdevol uitgenodigd bij hem te logeren totdat één van ons weer op reis gaat. Die basis geeft me rust. En bijna vergeet ik: ik hoef niet bij Wouter te blijven omdat we dat gepland hebben.

Wouter en ik raken altijd veel bij elkaar aan. Samen zijn is warm, helend, confronterend en intens. Soms wil ik er van weg. Soms weet ik dat het beter is om te blijven en ergens doorheen te werken. Soms is het tijd om weer even uit elkaar te gaan.

Een paar keer ben ik bang dat ik teveel ben en weg moet. Maar ik 'heb' geen ander verblijf. En hup, daar komt de verkramping. 'Ik' maak mezelf afhankelijk van Wouter en zijn open armen. In plaats van mezelf rustig te vragen 'Is het tijd om te gaan?' schiet ik een paar keer met hagel: 'Kan ik over een week een paar dagen bij jou logeren? Ik weet het nog niet zeker maar zou het kunnen als het nodig is?'

En dan besef ik me: ik lek energie. Ik wordt gestuurd door angst en angst speelt paniekvoetbal. Angst gelooft niet dat het goed komt als ik luister naar m'n gevoel. Angst zegt: 'Fuck je gevoel, ga NU iets doet voor het geval dan!'

Nu doen wat we niet willen voor wat we straks misschien wel of niet nodig hebben...

Wat zegt m'n gevoel? Ik denk aan Schotland. Ik ontspan. Ik laat los. Ik voel ruimte. Ik herinner me: laat de angst de angst zijn, durf te wachten, neem de stappen die genomen willen worden wanneer ze genomen willen worden, vertrouw wat levendig voelt.

Opeens krijg ik van alle kanten bericht: 'Mundo, als je ooit een plek nodig hebt...'

Wordt vervolgd...

Mijn uitzicht hier in Portugal, 's ochtends om half zeven.

Mijn uitzicht hier in Portugal, 's ochtends om half zeven.

 

Dankjewel Koen en Jonna voor jullie leuke vragen.
Dankjewel Wout voor je enorme ruimte en je spiegel, ze hebben me heel veel gegeven. Ik weet niet of ik te lang of te kort of precies lang genoeg ben gebleven. Maar hier vind ik rust in: ik weet dat we elkaar weer gaan ontmoeten. Veel liefs.

Comment